INDONESIË

Nusa Indah

AndersdanAnders

home

fotos

Zondag 2/5 - donderdag 6/5

We gaan naar Indonesië, een land dat uit zo'n slordige 17.500 eilanden bestaat, een 300-tal etnische bevolkingsgroepen, meer dan 700 verschillende talen en een flinke schep veschillende godsdiensten. Het motto in hun wapenschild betekent zoiets als "Eenheid in verscheidenheid".
  En wij gaan wat rondneuzen op Bali, Lombok, Sulawesi en Java.
  De aanloop naar de reis was spannend, de Eyafjallajökull op IJsland had in de dagen en weken voordien hopen roet en as in heel wat reizen gegooid maar op de dag van ons vertrek houdt ie zich gedeisd en via Kuala Lumpur brengt Malaysia Airways ons naar Denpassar op Bali. We worden verwacht en onze pick up van dienst brengt ons naar Alila Ubud. We zijn daar een paar dagen voor de groep om een beetje te acclimatiseren.
  Alle reisgidsen hebben de mond vol over het droge seizoen dat in maart begint, en dus kijken wij wel een beetje op onze neus als we op weg naar het hotel, vergast worden op een regenbui die zo uit de moesson is weggelopen.

  In afwachting dat de groep arriveert, nemen we het er van, genieten van het hotel en z'n omgeving en lummelen wat rond in Ubud, het stadje op zo'n 10 auto-minuten daar vandaan. Ubud is een kunstenaarsdorp en in de vele winkeltjes en kleine schilderateliers ligt allerhand moois in de aanbieding en er is ook een grote permanente markt. Geld wisselen is geen probleem, twee keer de straat oversteken is dat wel, want het is er razend druk, een onafgebroken stroom motorfietsen bolt er in beide richtingen door de hoofdstraat tot ze die braafjes parkeren. Maar in de zijstraatjes zijn er nog altijd rustige en fotogenieke plekjes te vinden.
  Nergens vindt je een taxi als zodanig herkenbaar, maar iedereen vraagt je wel of je er geen nodig hebt. En ja, dat "droge seizoen"... 't moet zijn dat ze daar niet van op de hoogte zijn hier, want iedere namiddag hebben we recht op een daverende plensbui.

  Zo wordt het donderdag en arriveert de groep rond 17:00 in het hotel Alila Ubud. We zijn met 14 plus onze AdA gids Marco. En morgen vliegen we er in.

Vrijdag 7/5

De meerderheid van de Balinezen zijn hindoes, maar dan op z'n balinees, en overal zijn tempels in alle soorten en groottes. Dit is de periode voor het feest van Galungan. Een festival dat om de 210 dagen terugkomt, 10 dagen duurt en eindigt met het feest van Kuningan. Het is de tijd dat de geesten van de voorvaderen terugkomen op de aarde en de Balinezen zorgen ervoor dat die niks tekort komen. Niet ver van het hotel is een dorpstempel waar men volop bezig is met de versieringen en klaarmaken van de offergaven en het nodige voedsel en iedereen van de gemeenschap helpt er ijverig aan mee.
  Wij worden gedropt buiten Ubud voor een wandeling langs de rijstvelden. Hier en daar is men met de oogst ervan bezig. Het is zonnig en warm, blauwe lucht met wolken en de landschappen zijn echte plaatjes. Ook hier temidden van de velden vindt je kleine schilderateliers. Kunst is duidelijk overal aanwezig. We wandelen Ubud binnen langs een van die schilderachtige straatjes, brengen een bezoek aan het Neka Museum, waar de verschillende stijlen en scholen getoond worden van buitenlandse schilders die hier hun inspiratie zochten en de lokale kunstenaars beïnvloedden. Veel van wat hier hangt is nu veel geld waard.
  We hebben vandaag nog een massage te goed in de Spa van Alila Ubud. Een uurtje in een koele ruimte, met zachte achtergrondmuziek en geurige olie gekneed worden door de kunstige handen van een jonge dame, er zijn ergere dingen in het leven.
  't Is nog niet gedaan, voor het diner aan het zwembad krijgen we nog een dansvoorstelling met gamelanorkest. En de goden kijken welwillend op ons neer want de hemelsluizen blijven dicht.

Zaterdag 8/5

5 cabrio VW-jeeps die het midden houden tussen classic car en oldtimer, maken hun opwachting om ons het binnenland van Bali te tonen. In kolonne rijden we langs smalle kronkelige baantjes, door kleine dorpjes, en worden konstant nagewuifd door jong en oud, groot en klein, zelfs de vulkaan Batukaru toont zich eventjes van z'n mooiste zijde, zonder wolken.
  Er wordt regelmatig gestopt om korte wandelingen te maken en te genieten van het landschap, terwijl wij deskundige uitleg krijgen over wat er allemaal leeft en groeit.
  We laten onze cabrios voor wat ze zijn, en wandelen de vallei in langs uitgestrekte rijstvelden, met de tempeltjes ter ere van de rijstgodin, zo ver het oog reikt. Een ingenieuze en eeuwenoude waterhuishouding, de subak, zorgt voor een perfekte irrigatie. Geweldige panoramas. Heel mooi.
  Minder mooi, zijn de donkere wolken die in de verte samenpakken en veel nattigheid in zich hebben. En ja hoor, als we in het restaurant aankomen voor de lunch komt al die nattigheid er met bakken uit. Het programma wordt een beetje aangepast, we zitten hier op een goeie 1200m en een snelle weersverbetering zit er niet in. De tempel die we zouden bezoeken wordt afgevoerd en we gaan op zoek naar een andere in drogere regionen, de Taman Ayun een koningstempel met een mooi exemplaar van een Barong, koning der geesten en goede krachten in de balinese mythologie.

Zondag 9/5

We trekken terug het binnenland in, dit keer met mini busjes, richting de vulkaan Batur en onderweg doen we weer verschillende dorpjes aan met, natuurlijk, hun tempelcomplexen. De eerste in de rij is de Pura Dalem Waturenggong. De complexe versierselen van de tempels worden in het dorp gemaakt en als bouwpakket afgeleverd.
  Van daar rijden we naar het dorp Subatu en de mooie tempel Pura Gunung Kawi, temidden het tropische groen, met een "heilige bron" waar de gelovigen ritueel kunnen baden en bezoekers de vele vissen in de vijver kunnen voederen.
  We stijgen weer tot 1200m voor de lunch in een restaurant op de rand van de caldera, maar wolken en regen zijn wat spelbreker en het zicht is niet optimaal.
  We rijden richting Klungkung voor een bezoek aan het restant van het voormalig koninklijk paleis de Klungkung Taman Gili, maar onderweg stoppen we nog een paar keer voor enkele korte wandelingen langs een van de vele typische dorpjes.
  Het belangrijkste deel in het complex in Klungkung is de open vergaderzaal die beschouwd werd als de hoogste rechterlijke instantie. De muurschilderingen zijn afbeeldingen die niks aan de verbeelding overlaten van de straffen die de boosdoener te wachten stond voor misdrijven gaande van moord tot, u leest het goed, scheten laten.
  We hebben een korte avondvlucht naar Lombok waar we opgewacht worden door de plaatselijke gids, de goedlachse, rondborstige Umar die vloeiend nederlands spreekt en ons vergezeld naar ons hotel in Senggigi.

Maandag 10/5

Ons hotel ligt vlak aan zee en we ontbijten met zicht op de Indische Oceaan. We vertrekken voor een rit langs de kust, stoppen aan de baai van Senggigi voor de foto en rijden naar Banyumulek, een dorp waar ze nog altijd hun aardewerk op ambachtelijke wijze fabriceren. De klei, die van buiten het dorp aangevoerd wordt ligt te drogen voor de huizen.
  Een rij redelijke haveloze paardenkarretjes, de cidomos, een populair transportmiddel op Lombok, wacht op ons en brengt ons naar de markt in Kediri. Niet echt moeder's mooiste.
  Aan de baai van Lembar liggen 3 trimarans te wachten en die brengen ons naar een paradijselijk eilandje Gili Sudak voor een middag, zonnekloppen, snorkelen en een visbarbecue onder de palmbomen. Op de terugweg krijgen we nog 'ns een lekkere plensbui over ons heen, maar 's avonds is er een zalige zonsondergang.

Dinsdag 11/5

We beginnen de dag met een kort bezoek aan een chinees kerkhof. En dan naar Pusuk in het Rinjani forest. Hier stelen de langstaartmakaken de show. Gewend als ze zijn om door bezoekers getrakteerd te worden op pindanootjes, komen ze in groten getale aanzetten als de minibusjes halt houden. Leuke fotos gegarandeerd.
  We rijden verder naar een vissersdorpje waar AdA de bouw van een waterput heeft gesponsord. Er is momenteel niet veel aktiviteit want de vissers wachten op de nieuwe maan om uit te varen.
  De rit langs de kustweg biedt enkele mooie panoramas voor we stoppen aan het strand voor een vroege pizzalunch. Dan rijden we naar het zuiden voor een bezoek aan een typisch Sasak dorp. Onderweg krijgen we weer zo'n regenbui uit de A-klasse te verteren, maar gelukkig houden we het redelijk droog als zij hun traditionele dansen opvoeren. Spectaculair zijn hun stokgevechten, die misschien dan wel vriendschappelijk bedoeld zijn, maar de meppen komen duidelijk hard aan als ze het vege lijf raken.
  Van hieruit moeten we terug naar de luchthaven voor onze terugvlucht naar Bali. We hadden ons niet moeten haasten want de vlucht is een dik uur te laat, en we arriveren rijkelijk laat in het poepchique novotel in Bali voor een enkele korte nacht.

Woensdag 12/5

We moeten er verd....d vroeg uit want de vlucht van Garuda naar Sulawesi is al om 7:00. We vertrekken op tijd en arriveren op Hassanudin Airport in Makassar. 4 minibusjes wachten ons op. Er is wat geklungel met een paar stuks bagage die in een andere tourgroup verzeild zijn en dat moet eerst rechtgezet worden. We hebben een goeie 300km voor de boeg maar toch wordt daar een slordige 10 tot 11 uur voor uitgetrokken. De reden is de Trans Sulawesi Highway, een "2-baans rijweg" die regelmatig overgaat in een "1-baans rijweg" met daartussen een "geen-baans" rijweg. Funest om een goeie gemiddelde snelheid te halen. Er is gelukkig voldoende te zien onderweg, we stoppen voor verse pomelo aan stalletjes langs de weg en voor een uitgebreide lunch aan een restaurant langs de zee . Na de lunch verlaten we de "highway" en naarmate we vorderen wordt de weg kronkeliger en de panoramas mooier. Het is na zevenen en stikdonker als we arriveren in ons hotel in Tanah Toraja. Alle bungalows zijn opgetrokken in typische Toraja-stijl, we worden ontvangen met veel tromgeroffel, er is een rijkelijk buffet en we krijgen nog een voorstelling van een "bamboe orkest" door kinderen.

Donderdag 13/5

Eigenlijk staat dit deel van de reis bijna geheel in het teken van de speciale dodencultuur van de Torajas. Begrafenisrituelen zijn groots en complex en moeten voldoen aan strenge regels, en wij, bezoekers, zijn welkom. Heel belangrijk zijn daarbij de buffels of karbouwen die geslacht moeten worden. En dus beginnen wij met ons bezoek aan een enorme markt waar ze getoond en verkocht worden. Niet alleen buffels staan er te pronken, ook varkens, sommige al "levend voorverpakt" voor transport, vis, groenten, fruit, koffie, kleding en specerijen.
  Onze plaatselijke gids heeft voor ons een kleine ceremonie opgesnord. Klein wil zeggen dat er niet meer dan een paar honderd genodigden zijn. De slachtingen zijn al achter de rug en men is nu volop bezig met het versnijden van de karkassen. En dat zoiets niet op de klinisch, gereglementeerde manier van de EU gebeurt, mag duidelijk zijn. Niet alleen buffels ook enkele varkens zijn geslacht en worden verdeeld. Wij worden vriendelijk uitgenodigd voor koffie of thee met koekjes.
  Wij nemen afscheid en na de lunch gaan wij op zoek naar een van die typische dorpen met die traditionele Tongkonans of Torajahuizen met daarbij de even typische rijstschuur. Hier zijn ook verschillende rotsgraven met de bijhorende tau tau poppen die de overleden personen voorstellen en vereeuwigen.

Vrijdag 14/5

Onze gids heeft voor vandaag ergens een belangrijk dodenfeest gevonden. We vertrekken vroeg met de minibusjes langs moeilijk berijdbare landwegen naar de plek waar de ceremonie gehouden wordt en we moeten dan nog een flink stuk te voet gaan.
  Hier is zowaar een heus amphitheater neergepoot voor alle genodigden. De overledene is een dame, die een jaar geleden stierf (!) en haar kist staat hoog boven op een katafalk goed in het zicht. Een "master of ceremony" doet de aankondigingen via de luidspreker. We zijn net op tijd voor de rituele slachtingen van de buffels. In volgorde worden ze voorgeleid naar de man met de parang en die moet met een enkele houw de keel oversnijden. Als dat een beetje goed gedaan wordt zakt het dier praktisch direkt door z'n poten, maar het loopt ook al wel 'ns mis en dan huppelt zo'n kolos nog een tijdje rond als een losgeslagen tank terwijl het bloed overal heen spuit. In een mum van tijd liggen er een stuk of wat tegen de vlakte en in de modder. Het is een behoorlijk bloederige bedoening en wij kijken er naar met een gezonde mengeling van ontzag, fascinatie en wat afgrijzen, maar dit is nu eenmaal wat deze mensen geloven wat je moet doen om je afgestorvene een leuk plaatsje in het hiernamaals te bezorgen.
  We breien aan dit bezoek een lange wandeling door het platteland, langs de eindeloze rijstvelden en een picturaal landschap, naar het restaurant waar we gaan lunchen.
  De thermometer gaat vlotjes over de 32º en over de vochtigheidsgraad spreken we dan nog niet. We gaan naar een dorp met heel mooie tongkonans en bijhorende rijstschuren. Sommige hebben een paar dozijn buffelhorens aan een staak opgehangen, geslacht tijdens dodenfeesten, een bewijs dat het hier gaat om zeer welstellende bewoners.
  Aan het dorp is een begraafplaats. Recente graven hebben de tau tau poppen achter glas gestopt, want grafrovers hebben ontdekt dat er een markt voor is. Oude, zeg maar eeuwen oude kisten liggen er haveloos en open bij, maar de poppen staan achter slot.
  Marco heeft ook nog een sociale taak op zich genomen, hij zorgt voor een tiental zakken met rijst die wij afleveren in een melaatsendorp.

Zaterdag 15/5

Vandaag staan er nog een paar rotsgraven met bijhorende tau tau poppen op het programma. Sommige graven zijn meer dan 300jaar oud en je kan al beter over knekelhuizen spreken. En ze hebben hier nog een aardigheidje, de "babytree". Een reuze banyanboom, waar babys die stierven voor ze een paar weken oud waren in begraven werden. De torajans geloofden dat als ze hun baby aan de boom toevertrouwden hij zou blijven meegroeien en leven.
  Nog een bezoekje aan een grot met de nodige vermolmde kisten, schedels, knoken en tau tau poppen en dan trekken we het binnenland en de heuvels in voor een "scenic ride" langs smalle kronkelige wegen en een magnifiek zicht op de rijstvelden en terassen. We hebben onze picknick bij en maken die soldaat in een kleine hut/herberg met zicht op de vallei en met een malse regenbui maar gewapend met paraplu en regencape wordt er toch gewandeld.
  Op de terugweg naar het hotel bezoeken we nog een site met eeuwenoude monolieten.

Zondag 16/5

We rijden terug naar Makassar langs dezelfde weg want we hebben een avondvlucht naar Yogyakarta. We kunnen nog eens genieten van de Trans Sulawesi Highway, stoppen weer halverwege aan de kust voor een schitterende lunch en proeven dangekoekjes gemaakt van zwarte kleverige rijst. Looks like shit, tastes like heaven.
Onze vlucht naar Yogyakarta heeft een uurtje vertraging door de hevige regen. We worden er verwelkomd door Cip, de plaatselijke gids en naar ons luxueuze hotel gebracht voor een indrukwekkend buffet alleen voor ons groepje.

Maandag 17/5

Indonesië is goed voorzien van vulkanen en de Merapi op Java is daar een van. Een aktief baasje die in 2006 verantwoordelijk was voor 6000 slachtoffers en dagelijks z'n portie rook uitbraakt. Ook vandaag maar gelukkig alleen maar dat.
  Wij bezoeken vandaag het hindu tempelcomplex van Prambanan en dat staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Vermoedelijk gebouwd in de 9e eeuw, verlaten in de 10e eeuw, grotendeels vernietigd door aardbevingen en herontdekt door de Britten in de 19e eeuw en met de restauratie begonnen in de 20e eeuw (1930 om juist te zijn en die is nog altijd bezig).
  Oorspronkelijk waren er 244 tempels maar door plundering schiet daar in veel gevallen enkel nog maar de losse stenen van over en de aardbeving van 2006 deed daar geen goed aan. Maar wat rest is toch indrukwekkend. De grootste tempel, Candi Siva, staat in de stijgers en daar kan je niet in, maar de tempel van Brahma de schepper, met z'n 4 armen en 4 gezichten is wel toegankelijk en aan de andere kant staat Candi Vishnu de beschermer waar je ook in kan.
  Cip geeft zeer enthousiast uitleg maar het is onvoorstelbaar warm en drukkend en dat weegt wel wat op je concentratievermogen.
  We krijgen een lunch in een lokaal restaurant en aansluitend een demonstratie van het traditionele schaduwpoppenspel of Wayang Kulit, nog altijd immens populair in Java. Gemaakt uit buffelleer, minutieus gedetailleerd en geverfd zijn het echte kunstwerken. En sinds 2003 heeft Unesco het op de "Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid" gezet.
  's Avonds hebben we een diner in het hotel in openlucht aan het zwembad, en de goden kijken weer welwillend op ons neer, want de hemelsluizen blijven ook nu weer dicht.

Dinsdag 18/5

We hebben nog zo'n immens tempelcomplex op het programma vandaag, de Borubudur, nog groter en indrukwekkender dan Prambanan en ook deze staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De bouw moet zowat tegelijk begonnen zijn met die van Prambanan in de 9e eeuw en dat is op z'n zachts opmerkelijk, 2 enorme bouwprojekten voor verschillende godsdiensten zo dicht bij elkaar. Het zegt wat over respect en verdraagzaamheid toen.
  Ook Borubudur raakte in onbruik en lag weggestoken onder de as van vulkanen en de jungle tot ook dit door de Britten in de 19e eeuw werd herondekt. In tegenstelling met Prambanan werd dit complex niet beschadigd in 2006 en blijft het ook nog vandaag een bedevaartoort voor boedhisten. Geweldig bouwsel, prachtige reliefs over het leven van boeddha, heel mooi!
  Het is zo mogelijk nog warmer vandaag en de donkere bouwstenen absorberen de warmte van de zon nog eens extra. Het begrip "ik zweet me te pletter" krijgt hier een heel nieuwe dimensie!
Voor veel van de lokale bezoekers zijn ook wij een bezienswaardigheid, en willen absoluut samen op de foto. En dan zijn er nog de schoolkinderen, in grote getale aanwezig die in opdracht van hun onderwijzers hun engels loslaten op de argeloze westerlingen.
  We lunchen in het restaurant aan de Borubudur en stappen dan op de fiets voor een fietstochtje in de omgeving en voor de niet-fietsers staat er een paardenkoets klaar voor een alternatieve tocht.
  's Avonds trekken we de stad in voor een dansvoorstelling van het epische Ramayana verhaal. Sinta, de vrouw van Rama wordt ontvoerd door de demonenkoning Rahwana en wordt gered door Rama en zijn broer Lakshmana met behulp van het apenleger van Hanoman, de witte aap. Een immens populair verhaal vol symboliek dat verrassend goed toegankelijk gebracht wordt door het gezelschap.

Woensdag 19/5

We maken nog een stop aan het postkantoor om de philateliehonger van Gilberte te stillen en stappen dan in fietstaxis of becaks die ons naar het Kraton of het paleis van de de Sultan brengen. Hoewel zonder politieke macht nog altijd een zeer belangrijk personage. We worden er rondgeleid door een gids in traditionele kledij, inclusief keris, die met z'n 82 lentes al een paar generaties meeloopt, vlot nederlands spreekt en verzot is op vlaamse weekbladen.
  Nog een kort bezoekje aan de nieuwe lokatie van de vogeltjesmarkt waar een grote kollektie vogelkooien, vogels , muizen en bont gekleurde kuikens aangeboden worden. Onze vlucht naar Bali is pas in de avond en dus hebben we nog tijd voor een uitgebreid bezoek aan een batik atelier. Het batikken vond op Java zijn oorsprong en nog altijd wordt hier de beste kwaliteit geleverd. En dan stoppen we nog 'ns aan een pottenbakkersdorp voor we een vroeg diner hebben en naar de luchthaven rijden. In Bali worden we opnieuw verwelkomd door Stanley, de lokale gids, en naar ons hotel gebracht aan de westkust.

Donderdag 20/5

Geen wekker vandaag, zalig uitslapen helemaal tot 7:30. Er wordt pas verzamelen geblazen om 10:00 en dus hebben we tijd zat om uitgebreid te ontbijten met zicht op de tempel van Tanah Lot in zee. In afwachting van het feest van Kuningan op 22/5 is hij al volledig versierd.
  Dit hotel ligt in een groot domein met een 18 holes golfterrein, genoeg om er een wandeling in te organiseren. En dan hebben we vrijaf om ongebreideld de geneugten van dit hotel te genieten. Want morgen vliegen we terug naar huis. Selamat Jalan.

Verrassende bestemming, prachtige reis, toffe groep, fijne reisleider, meer moet dat echt niet zijn.